zondag 24 februari 2019

Non-dualiteit en lijden

Het gaat om DAT en niet om het lichaam, noch de bodymind.
Jouw identificatie met gedachten, gevoelens en lichaam versterkt dan ook de pijn en worden verslavingen onvermijdelijk. Of dat het hier nu gaat om meer koffie drinken of meer snoepen of meer eten, of meer alcohol,…
De grote Boeddha zei het al: Het leven houdt lijden in.
Hij leerde dus dan ook niet te vluchten in allerlei verslavingen maar het zelf/ik/ego te achterhalen. De eerste stap is het onderkennen van lijden. De aanwezigheid niet ontkennen, wegpraten of wegeten et cetera.
Zolang als je het lijden onderkent zul je ook echt zoeken naar de Waarheid.
Hij noemde deze waarheid, het uitblussen van het zelf. Maar als jij denkt, Jantje te zijn of Joop of Truus of Mathilda,… dan heb je een probleem! Want volgens hem was er geen constante factor in de mens wat je als zelf zou kunnen beschouwen. Het zogenaamde zelf is in verandering, vloeibaar, heeft geen vaste vorm, zoals hout, aarde, steen, water,… Je kunt eigenlijk niet zeggen wat het is. Er is wel sprake van een zelf maar niet in naam en vorm. Je kunt als Jantje denken dat je iemand bent, innerlijk bestaat er een Jantje.
Misschien kun je het vergelijken met water, sommige mensen ervaren dat zout of zout of zuur of als lemon, appelsap, et cetera. Dat schijnt dus een illusie te zijn. Net als een spiegel nimmer gelijk is aan zijn inhoud.
Jantje is niets anders dan de smaak en kleur van dat water. Maar water verandert. Neemt oneindig alles op en duwt oneindig alles uit zichzelf dan weer weg.
Zoals liefde zich nergens tegen verzet en zich nergens aan hecht. Maar deze liefde is geen persoonlijk bezit. Kun je geen persoonlijke naam geven. Toch is Het er.
Boeddha leerde vriendelijk te zijn naar alle levende wezens.
De oorzaak van lijden omschreef hij ook als: verlangen en onwetendheid.
In onze onwetendheid en verlangen doen we dingen die we maar beter niet hadden kunnen doen.
Boeddha kende extreme rijkdom en extreme armoede. Hij had deze twee zaken uitvoerig ervaren in zijn leven als mens. Beiden verwierp hij.
Een verlichte of zoeker hoort het uiterste te vermijden. Eet niet te veel of te weinig. Slaap niet te veel of te weinig. Enzovoorts.
Maar in onze onwetendheid en verlangen zoeken we vaak het uiterste. Hij kende dat uit eigen praktijk maar het had hem niet vrij gemaakt. Het had hem niet de verlichting gebracht!
Hij leerde niet dat er een God bestond. En als er een bestond, dan zou deze absoluut geen oog hebben voor zo’n nietig wezen als hij.
De discussie over God vond hij te metafysisch. Hij wilde niet dat zijn leerlingen zich bezig hielden met metafysische onderwerpen. Lijden zelf en het beĆ«indigen daarvan, vond ie niet abstract of vergezocht!…
Je kunt iets doen aan je lijden.
Nirvana als de oplossing.
Dan is er niemand meer die zich ergens tegen verzet of zich ergens aan hecht. Zit juist niet het meeste lijden in ons verzet tegen het leven of in het najagen ervan?
Zelfs Alexander Smit gebruikte de woorden van Boeddha toen hij sprak: …Zoeken wat je niet hebt. En je verzetten tegen wat je wel hebt.
Houdt het midden geen vrede in?
Non-dualiteit, niet-tweeheid,… kan ook inhouden dat er in wezen geen verzet is, geen dualiteit. Geen: ik en het leven. Maar ben je dan het leven? Ook als je je nergens aan hecht?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten